Product of dienst

Ballastwater - testfaciliteit op het land

Een nieuwe testfaciliteit op het land voor zoetwater ballastwater-behandelingssystemen.

Foto: De nieuwe ballastwater testfaciliteit: 1 voorraadtank van 730 kubieke meter (rechts) en twee testtanks van ieder 260 kubieke meter (links). Samen met de eerste opdrachtgever, het Franse bedrijf BIO-UV, wordt de installatie gefinetuned.

De ballastwater testfaciliteit van Wageningen Marine Research is sinds september 2013 operationeel. Het belangrijkste doel van de nieuwe testinstallatie op het land is het uitvoeren van zoetwatertesten, die niet vaak bij andere faciliteiten worden uitgevoerd.

Testen en beoordelen volgens richtlijnen

Met de faciliteit biedt Wageningen Marine Research producenten van ballastwater managementsystemen een compleet pakket van onderzoek voor het testen en beoordelen van hun systemen. De beoordeling wordt gedaan in het kader van de certificering, volgens de richtlijnen van International Maritime Organization (IMO) en de richtlijnen "Environmental Technology Verification (ETV)" van de US Coast Gard. Wageningen Marine Research is ook in staat lab- en pilottesten uit voeren voor prototypen van ballastwater managementsystemen.

Specificaties ballastwater testfaciliteit

De nieuwe testfaciliteit bestaat uit 1 voorraadtank van 730 kubieke meter, waarin een speciale combinatie van organismen, sediment en waterkenmerken (zoet en brak, UV-transmissie) kan worden bereid op een gecontroleerde manier. Daarnaast zijn er twee testtanks van ieder 260 kubieke meter.

Op deze manier kunnen ballastwater managementsystemen niet alleen getest worden voor certificering, maar kunnen ook de grenzen van de werkzaamheid bepaald worden. Hiermee gaat Wageningen Marine Research verder dan de huidige regelgeving vereist.

Omdat de tanks in de openlucht staan, worden ook 's winters proeven gedaan. Zo kunnen ook de uiterste temperaturen worden bepaald waarbij de systemen nog werkzaam zijn. Dit is van belang omdat scheepvaart ’s winters niet stilligt en schepen tegenwoordig steeds vaker dicht langs de noordpool varen omdat de ijskap steeds verder smelt.

services1.jpg

De strijd tegen ongewenste organismen

Ieder jaar worden door vrachtschepen miljarden tonnen ballastwater over de hele wereld vervoerd. Hierdoor kunnen organismen, zoals plankton, mosselen, krabben en kwallen als verstekelingen meereizen. Exotische planten en dieren die in de haven aan aankomst worden vrijgelaten, kunnen ernstige schade aanrichten aan zowel het lokale ecosysteem als de economie, waarbij de kustgebieden het meest kwetsbaar zijn. Toegepast onderzoek door Wageningen Marine Research levert een belangrijke bijdrage aan de aanpak van dit probleem.

Invasieve soorten

Al eeuwenlang reizen soorten mee aan boord van onze schepen. Aanvankelijk waren dit voornamelijk organismen die zich hadden vastgehecht aan de rompen van schepen, later creëerde ballastwater een nieuwe vector voor hun verspreiding. De intensivering van de scheepvaart heeft ertoe geleid dat dit probleem hand over hand is toegenomen. Er zijn talloze voorbeelden van uitheemse soorten die enorme schade aan kustgebieden aanrichten. Zo worstelt Zuid-Amerika sinds 1991 met de Aziatische gouden mossel, die in delen van het continent de biodiversiteit heeft veranderd en de visserij heeft lamgelegd. In de Kaspische Zee kampen vissers met soortgelijke problemen die worden veroorzaakt door een invasie van de Aziatische kwal, die zowel het voedsel van vissen als hun kuit eet. Deze kwal is onlangs ook in Nederlandse wateren gesignaleerd.

Ballast Water Management Convention

Om onwelkome bezoekers te weren heeft de International Maritime Organisation (IMO: www.imo.org) in 2004 het 'Ballast Water Management Convention' opgesteld, dat inmiddels door vele landen is geratificeerd. Dit verdrag voor het beheer van ballastwater moeten ervoor zorgen dat alle schepen uiteindelijk van een behandelingssysteem zijn voorzien dat voorkomt dat exoten in ballastwater worden vervoerd. Hierbij gaat het voornamelijk over zogenaamde twee-fasenmethodes, zoals systemen die de meeste organismen mechanisch uit het ballastwater filteren en het restant daarna doden met behulp van UV-licht of chemicaliën. In het laatste geval moeten er garanties worden afgegeven dat het ballastwater na lozing veilig is voor het ecosysteem. Daarom moeten er onstabiele chemicaliën worden gebruikt of moeten de actieve ingrediënten worden geneutraliseerd voordat het water wordt geloosd.

Projecten

Wageningen Marine Research bestudeert de effectiviteit van behandelingssystemen voor ballastwater. Hierbij wordt uitvoerige ecotoxicologische kennis toegepast om de mogelijk negatieve effecten van het behandelingssysteem op het milieu in kaart te brengen. Er wordt gebruikgemaakt van diverse toxiciteitstesten, de zogenaamde WET-testen, op algen, schaaldieren en vissen. Bij Wageningen Marine Research kan ook in meer natuurlijke omstandigheden onderzoek worden verricht. Dit onderzoek vindt plaats in ’mesokosmo's’; experimentele ecosystemen in vijvers met een capaciteit van 4-5 m3. Deze vijvers kunnen ook in de beginfase van de ontwikkeling van een behandelingssysteem worden gebruikt. Ze kunnen dan bijvoorbeeld als proeftank voor ballastwater dienen, zodat er meerdere behandelingsprocessen snel en eenvoudig naast elkaar kunnen worden uitgevoerd.

Het wereldwijde onderzoek naar de effectiviteit van behandelingssystemen richt zich met name op hun werking in zoutwater. Veel grote havens bestaan echter gedeeltelijk of volledig uit zoetwater, zoals de havens van Rotterdam, Hamburg en Antwerpen en de havens in de Great Lakes-regio van de VS. Om de effecten van ballastwater in dit soort gebieden te testen, beschikt Wageningen Marine Research over een testinstallatie voor zoetwater in Den Helder.

Testinstallatie voor zoetwater

In de Wageningen Marine Research testfaciliteit op het land ligt de nadruk op testen met zoetwater, die meestal niet bij andere faciliteiten worden uitgevoerd. Door de unieke locatie kunnen hier ook testen met brakwater worden uitgevoerd. De faciliteit bestaat uit één testtank en één controletank met een capaciteit van 250 m³ en een voorraadtank van 500 m³. In de voorraadtank kan de speciale combinatie van organismen, sediment en waterkenmerken op een gecontroleerde manier worden bereid. Hiermee kunnen de grenzen van de werkzaamheid van een behandelingssysteem voor ballastwater worden bepaald.

Expertises

Het team van experts op het gebied van ecologie, biologie en ecotoxicologie zorgt ervoor dat aan alle eisen van de IMO-richtlijnen G8 en G9 wordt voldaan. Voor de vereiste chemische en bacteriologische analyses werkt het team nauw samen met laboratoria.

Onze diensten

  • Aanvraagdossiers (basis- en eindgoedkeuring) 
  • Ecotoxiciteitstesten (G9)
  • Testen op het land (G8) 
  • Technologieontwikkeling 
  • Testen op proefschaal
  • Kweken van organismen voor onderzoeken waarbij inlaatcriteria moeten worden behaald 
  • Geavanceerde ecosysteemtesten met behulp van mesokosmo's

Achtergrond

Sinds 2006 is een team van experts binnen Wageningen Marine Research betrokken bij de risicobeoordeling voor ballastwaterbehandelingssystemen (BWBS) die gebruikmaken van actieve ingrediënten volgens IMO-richtlijn G9. Inmiddels zijn er meerdere BWBS getest met verschillende bioanalyses.

Vanaf 2009 is het onderzoek naar BWBS uitgebreid met werkzaamheidtesten die volgens IMO-richtlijn G8 op labschaal en op realistische schaal bij een van de testfaciliteiten op het land worden uitgevoerd.

Als partner van het Interreg IVB North Sea Ballast Water Opportunity-project (www.northseaballast.eu) ontwikkelt Wageningen Marine Research ecologische risicobeoordelingen met meerdere soorten op basis van mesokosmossystemen in de openlucht.